Het verhaal van de Rietkiet 2025
Olle en Oeteldonk zijn om te zoene!
Hee hallo, aller-, aller-, állerbeste vrienden van Olle d’n Oliebollenfant! Het is weer bijna carnaval en Olle en zijn vriendjes hebben daar weer heel veel zin in! Olle vindt Oeteldonk en het carnaval in Oeteldonk dit jaar écht om te zoene! De prins van Oeteldonk en het grote Oeteldonkse carnavalsfeest vindt hij gewéldig leuk! Olle denkt heel eventjes aan die prachtige prins van Oeteldonk. Amadeiro de XXVIIe, heet hij. Wat heeft die prins toch altijd mooie kleren aan! Er zit héél veel goud in die kleren. En heb je wel eens goed gekeken naar de laarzen van de prins van Oeteldonk? Die zijn óók van goud. Wat blinken die laarzen mooi in de zon! Echt schitterend mooi, gewoon! Zo kun je zien dat de prins een héél belangrijke man is in Oeteldonk. ‘Heel mooi’, denkt Olle, ‘ik wil dit jaar wéér onze prins zien in zijn mooie kleren.’
Vandaag schijnt het zonnetje lekker zacht in het dorpje Oeteldonk. Olle kijkt om zich heen. De wintervlinders fladderen rond tussen het riet, in felle kleuren: rood, wit, geel, paars, groen, blauw en roze. Wat vind jij de allermooiste kleur? De vogels in het bos bij de Rietkiet, het huisje waarin Olle de Oliebollenfant en zijn vriendjes wonen, fluiten hun allermooiste winterliedjes. De Rietkiet ziet er van binnen erg gezellig uit. Kom je eventjes binnen kijken? Kijk, iedereen zit aan tafel oliebollen te eten! Er staat een grote pot thee op tafel. Die heeft Annabel, de Oeteldonkse oliebollenbakster, op tafel gezet. Ze heeft er een grote schaal met heerlijke oliebollen naast gezet, met héél, héél, héél erg veel poedersuiker erop. Lekker zeg! Vind jij oliebollen ook zo lekker? Weet je nog wie Olle is? Olle van de Rietkiet? Olle lijkt een beetje op een oliebol met een staartje eraan. En zijn vriendjes zijn Kriep Creakrekel en de tweelingzusjes Lisje en Dotje. Die lijken heel erg op elkaar. Ze zijn dan ook niet voor niets tweelingzusjes, zo heet dat. Kriep kan heel erg goed knutselen, tekeningen maken, verven en kleuren.
Olle zegt dat het heel erg belangrijk is dat je in Oeteldonk heel goed kunt zoenen, elkaar een kusje geven, als je elkaar ziet. Dat is dan normaal. Maar alleen als iemand dat graag wil. Vip, het stekenbaasje, is ook een vriendje van Olle.
Vip vindt zichzelf héél belangrijk. Hij denkt dat carnaval niet doorgaat als hij er niet bij is. Vip zegt dat iedereen juist heel graag hém zoent, omdat hij zo belangrijk is. Dat klopt natuurlijk niet, maar niemand zegt er iets van. ‘Laat maar’, denken ze. Zoenen is voor Liflaf de klodderkikker, nóg een vriendje van Olle, erg lastig. Omdat Liflaf zo slordig eet en hij er altijd bij knoeit, vinden mensen het niet zo fijn om hem een kusje te geven. Liflafs gezicht zit helemaal onder de pindakaas en boter en er hangen spaghettislierten in zijn haar. Hij is een beetje slordig met eten. Daarom willen mensen hem liever geen kusje geven, omdat ze bang zijn dat hun kleren dan vies worden. Tsja, dat snap je natuurlijk wel.
Annabel, de oliebollenbakster, zegt dat als je iemand kusjes geeft in Oeteldonk, dat het dan heel belangrijk is dat je weet hoe dat moet. Weet jij hoe dat moet? Zou Annabel dat willen vertellen? Ja hoor, dat wil ze wel. ‘Het is eigenlijk niet zo moeilijk’, zegt Annabel. ‘Kijk, als je iemand zoent, dan is het erg belangrijk dat je erbij lacht. Dan gaat de ander, die jij zoent, namelijk meestal ook lachen, die wordt dan blij van jouw kusje. En dat is nu juist de bedoeling! Maar let op, nu komt het! In Oeteldonk kussen we elkaar drie keer! Eerst op de ene wang, dan op de andere wang en dan weer terug weer naar die ene wang. Maar niet met jouw mond op een andere mond zoenen, dat is niet zo netjes. Snap je? Probeer het maar eens uit bij je moeder of je vader. Of bij je opa en oma. Dan zul je zien dat iedereen er blij van wordt.
Olle zegt: ‘Annabel, jouw oliebollen zijn echt om te zóenen, zó lekker!’ Hij geeft Annabel drie dikke klapzoenen op haar wangen. Annabel wordt er een beetje verlegen van en haar wangen worden een beetje rood. Maar ze is wel heel erg blij. Olle en Annabel lachen naar elkaar. Maar ja, is iedereen in Oeteldonk wel zo blij met al die kussende mensen? Is het allemaal wel zo prachtig als het lijkt? Is het eigenlijk wel zo gezellig allemaal?
Kijk, zoals je weet, de Rietkiet ligt aan het water, aan de rivier de Dommel. Weet je nog wel wie er altijd in die rivier zwemt? Weet je het nog? Ja? Nee? Nou, het is Duts, Duts Dommelaar, Duts het riviermonster! Duts heeft een heel grote bek met enorm vieze tanden, die groen, zwart en geel zijn, want hij poetst zijn tanden nooit. Hij stinkt ook vreselijk erg uit zijn bek. Vies, hè? En die Duts Dommelaar, die houdt helemaal niet van carnaval en hij houdt al helemáál niet van kusjes geven. Ook niet van Oeteldonk, dat prachtige dorpje waarin boeren en boerinnen zo graag carnaval vieren. Dan is het één groot feest, elk jaar! Duts houdt helemáál niet van de Prins van Oeteldonk. En al helemaal niet van mensen die elkaar steeds maar elke keer weer zoenen! Erg, hè!
Duts doet iets heel anders met zijn bek, een héél erg grote bek. Het liefst eet hij alles op wat er in de Rietkiet is. Oliebollen vindt hij erg lekker! Met hééél veel poedersuiker erop. Mega lekker, man! De oliebollen van Annabel zijn de lekkerste oliebollen van heel Oeteldonk! Olle en Annabel hebben niet gezien wat er in het water aan het bewegen is, dat het Oeteldonkse moerasmonster Duts Dommelaar daar aan het zwemmen is. O jee!
Olle wil Annabel nóg een kusje geven. Wist je trouwens dat een kusje in Oeteldonk een ‘moeleke’ heet? Nou, net als Olle Annabel nog een moeleke wil geven, gebeurt het! Plotseling zwemt Duts Dommelaar met zijn vieze gele en groene tanden zomaar dwars de Rietkiet binnen en in één hap eet hij alle oliebollen met poedersuiker van de schaal op tafel. Duts is natuurlijk kéi jaloers op al dat gekus, want hij krijgt eigenlijk nooit, van helemaal niemand niet, een moeleke. Ja zeg, vind je het raar als je altijd zo onaardig en vervelend doet! Dan doet natuurlijk nooit iemand aardig tegen je! Duts d’n Dommelaar heeft zijn grote bek helemaal wijd open staan en Olle ruikt een ontzettend vieze lucht.
Bah, bwwuhh, die Duts heeft zijn tanden zeker niet gepoetst! Wat een vieze, vuile, gore, groene, bruine en zwarte tanden, zeg! Wat denkt die Duts wel niet! Dat hij kusjes krijgt? Dat hij om te zoenen is? Ècht niet! Olle pakt de lege schaal van tafel en loopt op Duts af. Met één flinke klap slaat hij de schaal op de kop van Duts. Wegwezen jij! Duts schrikt en zwemt naar Annabel. Wat krijgen we nu? Het lijkt wel of hij een moeleke van Annabel wil, een kusje! Dat kan toch niet! Een monster kussen! Heb jij dat wel eens gedaan, een monster zoenen? Zou jij dat doen? Zou jij dat durven? Duts laat een enorme brul horen. Grrrrauwww! Annabel kijkt hem even aan en weet je wat ze doet? Ze geeft hem een zoen! Snap jij dat nou? Is Annabel niet veel te lief? Met een grote sprong springt Duts weer terug in het water en snel zwemt hij weg. Langzaam stroomt het water weer weg uit de Rietkiet. Gelukkig maar!
Olle en zijn vrienden ruimen alles goed op en daarna gaan ze naar de winkel om nieuw meel te kopen en een pak melk. Zo kan Annabel weer nieuwe oliebollen bakken. Dan is het extra gezellig in huis als het straks carnaval is. Dan mag iedereen komen mee-eten. Ze gaan dan een groot carnavalsfeest vieren met groene kikkerlimonade, koekjes en groene kikkers.
Weten jullie trouwens dat Olle en zijn vrienden volgend jaar carnaval gaan vieren, ver weg van Oeteldonk, helemaal in Zuid-Amerika? In Rio de Janeiro! Dat is een heel grote stad, waar óók carnaval gevierd wordt en waar ook heel veel gezoend wordt. Leuk hè? Maar Olle en zijn vrienden nemen dan wel hun Oeteldonkse kiel en sjaal mee, zodat iedereen daar kan zien dat ze uit Oeteldonk komen. Oeteldonk 2025, Gustav, het bootsmannetje © Rietkiet Oeteldonk